Ik ben een man van veel woorden—te veel woorden, misschien.

In ieder geval ben ik een man van veel woorden en vaak te weinig actie. Dat heb ik laatst eens uitgezocht: ik was toen een man van 250.000 woorden die ongepubliceerd op m’n laptop stonden. Sinds die tijd heb ik nog vier-vijfde van een boek over een vijfjarige huwelijksreis geschreven.

Ik kan zo maar eens een man van 400.000 ongepubliceerde woorden zijn.

Dat zijn te veel woorden; in ieder geval om in één hoofd opgehoopt te houden.

Daarom ben ik begonnen aan deze digitale tuin; een interessant concept dat ik een tijd terug tegenkwam. Iemand legde het uit als ‘working with the garage doors open’. Het is geen blog waar ik beloof af en toe een gepolijst verhaal te publiceren, maar waar ik vervolgens dagen, weken, maanden twijfel over elke alinea en louter lege pagina’s overhoud.

Dit is een plek om gedachten te delen terwijl ze nog groeien. Sommige dingen staan er net, gepland als zaadjes. Anderen hebben al wat meer liefde ontvangen, maar niets is ooit helemaal ‘af’ en dat is precies het punt.

Normaal wacht ik namelijk te lang tot ik iets heb dat goed genoeg is om te delen, maar dat wachten is een deel van het probleem.

Want in de stilte van het wachten gaat mijn interne scriptschrijver babbelen. Het ene na het andere doemscenario komt in me op en het zijn allen redenen om vooral maar niet op publiceren te drukken.

Daarom hoeft dat in deze digitale tuin niet—ik hoef het zaadje alleen maar te planten. Als ik een nieuwe tekst schrijf verschijnt hij gelijk online, met fouten en al. Het kan dus gebeuren dat je een verhaal leest dat je nog niet helemaal snapt, maar die moet dan gewoon nog even verder groeien.

Kom dan vooral nog even terug om te kijken of dat kiempje een bloem is geworden.